bang skufterig bijten bieten bloem bloeme buik boek brug brugge brógge zak,buidel bule buiten buiten broekbroek buze brood stoete Duistes Duutsers drop drup dorst dust duizelig dwiel Genemuiden Genemuden geveltjes gevelties gewelf gewulfte glijden glijden grendel grundel grijpen griepen keuze verskiet kiel (kledingstuk) kiele lijden lieden misschien misskien knuppel knuppel kruien krulen kruiwagen krulewaegen luiden luden mus muske, musse muts musse nestelt nustelt (zij/hij)