In 1953 bestond de vereniging 35 jaar
In hotel Centraal werd een receptie gehouden, waarbij drie van de vier oprichters aanwezig waren: de heren G. List, R, Scheenstra en oud-voorzitter H. De Vroome.
Ook de ouddirigent. de heer J.C. Kerkvoorde, woonde de bijeenkomst bij. Er werden 31 bloemstukken en 26 envelop-pen aangeboden. Een grote verrassing was dat
de Christelijke Muziek Vereniniging Crescendo, een zustervereniging waarmee niet altijd even warme contacten mee bestonden, het jubilerende muziekkorps een
serenade bracht!. In datzelfde jubileumjaar werd Steun getroffen door een zware slag toen voorzitter Jan Jongendijk plotseling overleed. Zijn opvolger werd de heer
H. Pit. Inmiddels was er een nieuwe dirigent benoemd, omdat een aantal leden ontevreden was over de muzikale prestaties. De keuze viel op de heer L. Kramer uit
Leeuwarden. In de Friese hoofdstad was hij dirigent van de Leeuwarder Politiekapel. Een man met kennis en een krachtige dirigeerstijl, niet altijd gemakkelijk, maar
recht op het doel af. Onder zijn gezagvolle leiding groeiden de prestaties zienderogen. Deelname aan het concours in Coevorden leverde 103 punten op en dat bete-
kende een eerste prijs!. In 1957 werden verschillende secties geheel of gedeeltelijk van gloednieuwe instrumenten voorzien. Hiervoor had de gemeente een renteloos
voorschot van f 4000,= verstrekt. In datzelfde jaar ging Steun opnieuw de strijd aan tijdens een concours in Hees bij Nijmegen, maar helaas moest men zich tevreden
stellen met 93 punten en daarmee was de hoop op een promotie vervlogen.
In 1958 vierde men het veertigjarige jubileum. Ook nu werd de receptie in hotel Centraal gehouden. Van de oprichters was alleen nog de hoog-bejaarde heer G. List
aanwezig. Piet Jongendijk, Peter Leeuwerink en Cornelis Oost die van begin af aan lid waren van de vereniging, werden bij deze gelegenheid flink in het zonnetje gezet
en Willem Bakker en Moos de Vroome vierden bij deze gelegenheid hun vijfendertigjarige lidmaatschap. Het concours in dit jubileumjaar dat in De Wijk werd gehou-
den, leverde wederom geen hoge ogen op. Één van de leden herinnert zich hiervan het volgende: “Wij waren erg gespannen. De dirigent gedecideerd en naar ik
meen ook enigszins nerveus. Met zijn dirigeerstok probeer-de hij goede prestaties af te dwingen, het wilde niet echt goed lukken. Wie het was of wie weer hij niet
goed meer, maar opeens merkte ik dat er iets heel erg fout ging. Kramer keek vel en uite bittere klanken. Ook deze ogenschijnlijke zo rustige man, liet zich in het vuur
van de strijd even flink gaan. ‘t Was ook maar een mens. Streng, resoluut ,maar ook emotioneel. “een promotie dus.
In 1959 werd de heer Kramer vervangen door de heer J. Hogerheyde uit Meppel en overleed de heer Timmerman, de leider van de drumband tengevolge van een
tragisch ongeval. De heer Brinkman, instructeur van de Militaire Drumband van de Johan van den Kornputkazerne, volgde hem op. Hogerheyde begon enthousiast en
bouwde succesvol voort op de fundamenten van zijn voorganger, de heer Kramer. Hierdoor maakte hij goede sier tijdens het concours in Haarlo. Kramer had gezaaid
en Hogerheyde oogstte. Steun behaalde met 101 punten de eerste prijs en bereikte met dit resultaat de Afdeling Uitmuntendheid. Grote vreugde alom. In 1961 brak
er voor de Steenwijker korpsen een groot gebeuren aan: op 25 april van dat jaar werden nieuwe uniformen aan de bevolking van de stad Steenwijk gepresenteerd.
Voor deze gelegenheid had Steun een ambitieuze show ingestudeerd en met succes uitgevoerd. Deze werd dan ook enthousiast door het publiek begroet. Het gevolg
was dat het korps werd uitgenodigd in Blokzijl en Nijeveen om daar de show opnieuw te presenteren. Drumband en fanfare maakten hierdoor meer bij elkaar
betrokken. In deze periode maakte Steun een bloeitijd door.
Maar hoe vreemd kan het gaan niet lang daarna trad er een kentering op. De jaarlijkse uitvoering in het Roxy theater trok in de loop van de jaren zestig steeds
minder bezoekers. De repetities werden steeds slechter bezocht, ook de dirigent was vaak afwezig en de instructeur van de drumband vertrok.
In 1966 was de animo tot een nulpunt gedaald. “Een droevig verschijnsel, “met ons vijftigjarig bestaan in zicht” zo vermeldde secretaris Peter Leeuwerink de nog
steeds betrokken muzikant en werker van het eerste uur in zijn notulen-boek. “Laten we echter de moed niet laten zakken en eendrachtig samenwerken, geregeld de
repetities bezoeken, misschien schijnt dan de zon ook nog eens weer voor TSIDS”