Uit een dagboek de ellende Weg onder de vleugels van Pa en Moe.   Laten vieren al je teugels, 't geeft niet hoe. Geen gejammer meer over je leven, zo van: "Moet je nu alweer weg?"        Of: "Kun je nou geen greintje geven  om wat ik tegen je zeg?" "En hoe zit het met je huiswerk?  heb je die rafelige broek weer aan' Wat had je toch te kletsen in de kerk? Nou, met fuiven is het voorlopig weer gedaan.  Wat zoek je in die vieze gore troep? Ze hangen versuft, vol valse schijn, maar bij mekaar - te kijken naar een groep  die ook niet al te nuchter blijkt te zijn. Nee, kijk liever naar dat meisje van hiernaast,  die doet aan sport, die zit vol fut." En ik denk: "Ach ouwe, je daast, da's wel zo'n degelijke trut Ik heb tenminste vrienden genoeg.   Okay, de één die drinkt wel es teveel,  maar is dit het leven waar hij om vroeg?  't Hangt ons mijlenver uit de keel. Ook zo stom; bij Duits zit je net wat te eten,  dan moet je alweer naar de gang. met economie ben je je boek vergeten;  reglementen schrijven - ellenlang." Je hebt genoeg van dat maffe gedoe, ze trekken alles over één bekrompen lijn.  Het vrije leven lacht je toe: genieten en helemaal ,jij - zijn". Hoe gek dan ook, toch heb ik het meest  gehad aan dit bemoeizuchtig brein.   Juist omdat dát er is geweest,  Is het mogelijk dat ik nu ik mag zijn.  Inge Eleveld, Steenwijk